klik om te vergroten Wetenswaardigheden


PAREN EN NAGESLACHT VAN DE KOALA

Het paarseizoen van de koala varieert van gebied tot gebied maar duurt in het algemeen van augustus tot februari, waarbij de meeste bedrijvigheid tussen oktober en januari ligt. Lange tijd werden zij als eenlingen beschouwd maar recente observatie lijkt aan te tonen dat de mannetjes vaak twee of misschien drie vrouwtjes in hun nabijheid hebben die een soort harem vormen. Deze situatie zal zich waarschijnlijk alleen tijdens het paarseizoen voordoen. Voorafgaand aan het paren wordt de klier op de borst van het mannetje nogal vet en geeft een weeïge zoete geur af. Hij brengt een groot deel van zijn tijd door met zijn borst tegen bomen en takken aan te wrijven, om zo zijn territorium te markeren. Tijdens deze periode vechten mannetjes hevig met elkaar, waarbij hun luide nijdige gegrom door de nacht weerklinkt. Het vrouwtje wordt erg actief en beantwoordt het mannetje met katachtig geroep, en het druk flikkeren met haar oren. De vrouwtjes worden aangetrokken door het paargeroep van de mannetjes en benaderen de boom van waaruit het mannetje roept. Ook het paren gebeurt in een boom en dit hoeft niet per definitie een eucalyptusboom te zijn. Soms draagt het parende wijfje nog een grote joey van het vorige paarseizoen bij zich (een baby koala wordt "joey" of "cub" genoemd, ofschoon "cub" voornamelijk alleen nog voor beren gebruikt wordt). Voordat ze het mannetje benadert om te paren zal ze de joey waarschijnlijk echter in een nabijgelegen boom achterlaten. Joeys raken tijdens het paarritueel soms gewond door het parende mannetje.

Koala Lift
copyright: Freek Koning
De draagtijd is ongeveer 35 dagen. Wanneer het jong geboren wordt is het amper 2 cm lang, (ongeveer de lengte van een kleine pinda), het is kaal en weegt minder dan een halve gram. De pasgeboren koala kruipt van het geboortekanaal naar de buidel waar het zich vasthecht aan één van de twee tepels. Het blijft daar totdat het zo'n 6 maanden oud is. Tegen die tijd scheidt de moeder een donkere substantie uit de anale opening af, dat "pap" wordt genoemd. De joey likt de pap op, wat hem helpt bij de overgang van melk naar bladeren. Als hij 7 maanden oud is wordt de buidel redelijk krap en het jong verhuist naar de rug of onderbuik van de moeder waar hij met haar meelift. In het wild is de moeder koala erg beschermend jegens haar jong en brengt het grootste gedeelte van de tijd hoog in de bomen door, tussen de heerlijkste bladeren, en uit de buurt van roofdieren.

Wanneer de joey ongeveer een jaar oud is, is hij niet langer afhankelijk van zijn moeder en is goed in staat zichzelf te beschermen. Tegen de tijd dat hij 18 maanden oud is moet de joey verhuizen om zich in zijn eigen leefruimte te vestigen.

Aangezien de mannetjeskoala territoriaal is eist hij zijn eigen gebied met bomen op en verdedigt dit tegen indringers. Jonge mannetjes die binnen zijn gebied zijn geboren moeten daarom op zoek gaan naar een territorium voor zichzelf. Als ze hier niet in slagen worden ze bestookt door de oudere mannetjes en zullen uiteindelijk sterven als ze geen eigen thuis vinden.

Een vrouwtjeskoala is aan het eind van haar tweede jaar of later, geslachtsrijp en is aan het eind van haar vierde jaar lichamelijk volwassen. Het mannetje is op zijn tweede of derde jaar geslachtsrijp en is aan het eind van zijn vijfde jaar lichamelijk volwassen.



terug | home | verder ·> geschiedenis